Logo IEB Europees Instituut
voor Bio-ethiek

Uw referentiecentrum voor bio-ethische actualiteit en vraagstukken

Einde van het leven Euthanasie en hulp bij zelfdoding Euthanasie Nieuws

Bio-ethiek in 2026: welke ontwikkelingen kunnen we verwachten op nationaal en Europees niveau?

Bio-ethiek in 2026: welke ontwikkelingen kunnen we verwachten op nationaal en Europees niveau?

Het komend jaar belooft nieuwe belangrijke debatten in verschillende Europese landen en op het niveau van de Europese Unie, met name op het gebied van kunstmatige voortplanting, draagmoeders, euthanasie en abortus, maar ook over nieuwe uitdagingen in verband met kunstmatige intelligentie en neurotechnologieën. Welke ontwikkelingen op het gebied van bio-ethiek kunnen we in 2026 verwachten op politiek, juridisch of medisch vlak? Dit artikel geeft een overzicht van de uitdagingen die ons te wachten staan.

Kunstmatige voortplanting (MBV): toegang tot afkomst en opvolging van donoren

Wat kunstmatige voortplanting betreft, zullen de komende maanden zeker nog in het teken staan van de gevolgen van de onthullingen over het gebrek aan effectieve controle op gametendonaties (in verband met de Deense donor die drager is van een kankerverwekkend gen). Ondanks de recente wijzigingen (met name via de  SoHo-verordening op EU-niveau en de herziening van de Belgische wet op de MAP) zal het regelgevingskader op dit gebied op nationaal en Europees niveau nog verder evolueren. Het gaat in het bijzonder als over het vaststellen van effectieve quota voor het aantal kinderen dat kan worden verwekt met gameten van dezelfde donor (op nationaal, Europees en zelfs mondiaal niveau). De vraag naar de ethische grenzen van een dergelijke aanpak blijft echter actueel, met name wat betreft de mogelijke  eugenetische uitwassen van een steeds verdergaande controle op gameten en embryo's in het kader van kunstmatige voortplanting.

Een andere belangrijke uitdaging met betrekking tot medisch begeleide voortplanting gaat over de toegang tot de afkomst van kinderen die via in-vitrofertilisatie zijn verwekt. De afgelopen jaren is men zich steeds meer bewust geworden van de rampzalige gevolgen van het gebruik van anonieme donoren voor de bescherming van het belang van het kind, dat onmogelijk de identiteit van zijn biologische ouder(s) kan achterhalen. In  België zal een wetsontwerp over dit onderwerp, opgesteld door de Minister van Volksgezondheid, de komende weken in het federale parlement worden besproken. Dit wetsontwerp voorziet in de verplichte opheffing van de anonimiteit van gametendonoren, met een overgangsperiode van drie jaar waarin gameten van anonieme donoren nog steeds mogen worden gebruikt. De opheffing van de anonimiteit lost echter lang niet alle problemen op die de ontwikkeling van kunstmatige voortplanting met zich meebrengt/ Het gaat niet alleen over de identiteitsvorming van het kind, maar ook over de verhoogde gezondheidsrisico's die deze praktijk met zich meebrengt voor de vrouw en het kind dat via deze vorm van voortplanting ter wereld komt.

Draagmoederschap op een kruispunt

Draagmoederschap, dat in 2025 in het centrum stond van  het bio-ethische nieuws, zal dit jaar ongetwijfeld opnieuw het onderwerp zijn van nieuwe ontwikkelingen. Terwijl er vanuit de organen van de  Verenigde Naties nu wordt opgeroepen om het draagmoederschap wereldwijd af te schaffen, valt nog te bezien of nieuwe staten in 2026 deze weg zullen inslaan, zoals naar het voorbeeld van de hervormingen die in  ItaliëSpanje en Slowakije zijn aangenomen om draagmoederschapsovereenkomsten te verbieden. De houding van België zal in dit verband met aandacht worden gevolgd: terwijl het in januari 2025 ondertekende regeerakkoord voorziet in de legalisering van het zogenaamde “niet-commerciële” draagmoederschap en de Minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) zich ertoe heeft verbonden een tekst in die zin op te stellen, wordt een dergelijk standpunt  in twijfel getrokken door de officiële kritiek van de EU en de VN op deze praktijk. Het Europese project voor de verplichte grensoverschrijdende erkenning van de ouderlijke status voor koppels die een kind via draagmoederschap laten maken, is nog steeds geblokkeerd in de Raad van Ministers van de Europese Unie, zonder dat er voor de komende maanden uitzicht is op  een goedkeuring van de tekst. Een dergelijke hervorming, die ook op internationaal niveau door het Verdrag van Den Haag wordt overwogen, zou waarschijnlijk leiden tot de feitelijke legalisering van de praktijk van draagmoederschap, door de verplichting voor elke staat om de afstammingsakten in verband met in het buitenland uitgevoerde draagmoederschappen te erkennen.

Einde van het leven: euthanasie en hulp bij zelfdoding centraal in parlementaire debatten 

Wat de begeleiding bij het levenseinde betreft, is er weliswaar een groeiend bewustzijn van de noodzaak om de palliatieve zorg in heel Europa te ontwikkelen (waar de verschillen in toegang tussen de landen nog steeds groot zijn), maar paradoxaal genoeg blijven de nationale debatten vooral gericht op euthanasie en hulp bij zelfdoding.

Verschillende wetsontwerpen of -voorstellen over de geplande dood die momenteel al in behandeling zijn, zullen misschien tegen het einde van 2026 het parlementaire proces hebben doorlopen. Dat is met name het geval in Frankrijk, waar het wetsontwerp over het “recht op hulp bij sterven” op 28 januari in eerste lezing door de Senaat zal worden gestemd. Er blijven echter grote bezorgdheden bestaan over de inhoud van het wetsontwerp, zowel wat betreft het ontbreken van effectieve waarborgen zoals de aantasting van de gewetensvrijheid (via het delict van belemmering) en de vrijheid van zorginstellingen die zich tegen euthanasie verzetten.

Aan Britse zijde worden twee wetsontwerpen over “hulp bij sterven” besproken in Westminster (voor Engeland en Wales) en in het Schotse parlement, zonder dat de uitkomst van de debatten op dit moment erg duidelijk is, aangezien de parlementsleden aarzelend en verdeeld lijken over deze kwestie.

Het Belgische federale parlement zal zich buigen over het wetsontwerp om de euthanasiewet uit te breiden tot personen die niet meer in staat zijn hun wil te uiten (slachtoffers van een beroerte, Alzheimerpatiënten, enz.), indien zij deze keuze in een wilsverklaring hebben vastgelegd. Het positieve advies van het Adviescomité voor Bio-ethiek in december 2025, in combinatie met het feit dat het federaal regeerakkoord in een dergelijke ontwikkeling voorziet, lijkt een dergelijke wijziging alle kans van slagen te geven. De ethische bezwaren blijven echter groot, met name wat betreft het vooruitzicht van euthanasie bij een persoon die op het moment zelf niet bevestigt dat hij of zij wil sterven.

De herhaalde veroordelingen door de VN in 2025 van de Canadese wetgeving en het Franse wetsontwerp, waarin wordt gewezen op de risico's die deze teksten met zich meebrengen voor het recht op leven van personen met een handicap, zouden echter de doorslag kunnen geven. Dit blijkt trouwens uit de recente verwerping door het Sloveense volk, via een referendum, van de wet op hulp bij zelfdoding. 

Abortus: pogingen tot liberalisering en constitutionalisering van de praktijk

Het Europese burgerinitiatief “My Voice My Choice”, dat in 2025 aan de Europese Commissie werd voorgelegd, heeft tot doel om abortus in heel Europa toegankelijk te maken door de kosten te vergoeden die vrouwen maken wanneer zij naar een andere EU-lidstaat reizen voor een abortus te ondergaan. Het initiatief, dat in december vorig jaar door een meerderheid van de Europese parlementsleden werd gesteund, moet nu worden onderzocht door de Commissie, die tegen eind maart haar advies hierover moet uitbrengen. Dit voorstel lijkt echter de bevoegdheden van de EU te overschrijden, aangezien de juridische status van abortus een ethische kwestie blijft waarover elke lidstaat soeverein beslist.

In België zullen de discussies over een liberalisering van de voorwaarden voor abortus waarschijnlijk tegen de zomer van 2026 een nieuwe wending nemen: de regeringsmeerderheid heeft namelijk toegezegd dat Minister Verlinden vóór het parlementaire reces in juli een wetsontwerp bij het federale parlement zal indienen. De vraag naar de inhoud van een dergelijke tekst blijft echter volledig open, aangezien het gaat om de mogelijke verlenging van de abortustermijn, het behoud van een verplichte bedenktijd of garanties met betrekking tot de gewetensvrijheid van zorgverleners.

Tegelijkertijd wordt ook gesproken over het opnemen van abortus in de Belgische grondwet, naar het voorbeeld van de stap die Frankrijk in 2024 heeft gezet, waarbij de “vrijheid om gebruik te maken” van abortus wordt erkend. De komende weken zullen hierover hoorzittingen met universitaire deskundigen plaatsvinden in de parlementaire commissie. Afgezien van de vragen die rijzen bij het idee om abortus te herleiden tot een “recht” of een “fundamentele vrijheid”, stuit dit voorstel om de abortuswet te wijzigen op een juridische hinderpaal, aangezien een dergelijke hervorming niet voorkomt in de wijzigingen die zijn opgenomen in de verklaring van herziening van de grondwet die tijdens deze zittingsperiode geldig is.

Onderzoek op menselijke embryo's: op weg naar een herziening van de termijn van 14 dagen?

Onderzoeksprogramma's op menselijke embryo's – waarbij deze worden vernietigd of er zelfs embryo's worden gecreëerd en dit uitsluitend voor onderzoeksdoeleinden – roepen diepgaande ethische vragen op. In de landen die deze praktijk toestaan, bestaat er zowel op juridisch als op ethisch vlak een consensus over de grens van 14 dagen voor het leven van het embryo. De afgelopen jaren zijn er echter pogingen gedaan om deze grens ter discussie te stellen, met name in het Verenigd Koninkrijk, waar de bevoegde instantie sinds vorig jaar pleit voor een verlenging tot 28 dagen. Wetsvoorstellen om deze ethische grens te verlagen, zijn in sommige landen dan ook niet uit te sluiten.

Kunstmatige intelligentie en neurotechnologieën

Nu de bio-ethische gevolgen van nieuwe technologieën zich steeds meer laten voelen, is regulering van kunstmatige intelligentie en neurotechnologieën op het gebied van de gezondheidszorg meer dan ooit noodzakelijk. Dit blijkt uit de verschillende aanbevelingen die in 2025 over dit onderwerp zijn gepubliceerd door tal van intergouvernementele organisaties (Unesco, Raad van Europa, WHO). Op Europees niveau blijft de EU een aanzienlijke invloed uitoefenen op dit gebied. In 2026 valt nog te bezien welk gevolg er zal worden gegeven aan de onlangs door de Europese Commissie voorgestelde BioTech Act. Ook lijkt een specifieke en adequate regelgeving voor hersen-machine-interfaces (BCI's) op Europees niveau nu onontbeerlijk. 

Orgaandonatie: toenemende vragen over de NRP-reperfusietechniek

Op het gebied van postmortale orgaandonatie wordt de reperfusie van organen via de NRP-techniek (normothermic regional perfusion) steeds vaker toegepast. Deze methode bestaat uit het gebruik van een extracorporaal circulatiesysteem om de bloedstroom na het overlijden van de donor te herstellen en zou volgens sommigen de kwaliteit van de verwijderde organen verbeteren. Het belangrijkste ethische probleem dat deze nieuwe techniek oproept, heeft betrekking op de preventieve occlusie van de bloedvaten naar de hersenen, om elk risico op herstel van de hersenactiviteit bij de reeds doodverklaarde patiënt te voorkomen. De regel van de overleden donor wordt hier dus ernstig in twijfel getrokken. In 2026 zal het dan ook belangrijk zijn om waakzaam te zijn als het gaat over het standpunt van Europese ziekenhuizen en transplantatiecentra, met name in België en andere landen van het EuroTransplant-netwerk, waar deze techniek nog steeds het voorwerp is van hevige debatten.

Over Euthanasie Euthanasie

Einde van het leven In de kijker

Onze thema's

Blijf op de hoogte

Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief!

Steun het IEB

Om zijn activiteiten te ontplooien, rekent het IEB uitsluitend op de enthousiaste steun van particuliere donateurs.

Elke gift van 40 € of meer ten voordele van het IEB is fiscaal aftrekbaar in België en laat u 30% van uw gift recupereren.