Van embryoselectie naar eugenetica: hoe privébedrijven nationale wetgeving omzeilen
Kunstmatige voortplanting kent een sterke toename (+19,7% tussen 2015 en 2022 in België). Tegelijk groeit de aantrekkingskracht van commerciële tests om “de beste” embryo’s of gameten te selecteren. In het Verenigd Koninkrijk is pre-implantatiediagnostiek (PGD) bij IVF wettelijk beperkt tot ernstige aandoeningen (HFE Act), zoals de ziekte van Huntington, sikkelcelziekte of mucoviscidose. Toch omzeilen sommige koppels die beperking door genetische gegevens van embryo’s te sturen naar het Amerikaanse bedrijf Herasight, dat helpt embryo’s te kiezen die gezonder en intelligenter zouden zijn.
Bij IVF wordt vaak de PGT-A-test gebruikt (screening op chromosoomafwijkingen). Ouders kunnen de genetische data, in naam van privacy, doorsturen naar bedrijven als Herasight. Die gebruiken polygene risicoscores. Hoewel nuttig bij vroege ziektedetectie, blijft toepassing op embryo’s medisch controversieel: omgevings- en genetische factoren laten zich moeilijk betrouwbaar voorspellen. Tot op heden toont geen klinische studie de effectiviteit bij embryo’s aan.
Ethisch rijst de vraag naar eugenetica wanneer gezonde embryo’s onderling worden gerangschikt.
In een Londense kliniek zouden koppels na analyse door Herasight zelf aangeven welk embryo zij wensen te laten implanteren. Volgens de Britse toezichthouder (HFEA) mogen klinieken zich niet baseren op zulke scores, maar in de praktijk verzetten zij zich zelden zolang er geen medisch risico is.
Dit legt juridische lacunes bloot:
- De gegevensbeschermingswet laat koppels toe vrij over genetische data te beschikken.
- Door enkel data — niet de embryo’s — naar een permissiever land te sturen, verschuift men de analyse buiten de nationale wetgeving.
- De uiteindelijke selectie gebeurt door de ouders, wat het verbod feitelijk uitholt.
De combinatie van datamobiliteit en commerciële aanbieders stimuleert zelfs vruchtbare koppels tot IVF. IQ, lengte, geslacht, ziekterisico’s: de zoektocht naar het “perfecte” kind lijkt grenzeloos.
Deze positieve eugenetica — selectie op vermeende superioriteit — roept een existentiële vraag op: hoe zullen kinderen die zo geselecteerd zijn omgaan met de verwachting van “perfectie”?
(Bron: The Guardian, 06/12/2025)