Gaat België binnenkort schadevergoeding toekennen voor illegale zwangerschapsafbrekingen van vóór 1990?
Het federaal parlement buigt zich momenteel over een ontwerp van resolutie van 15 januari 2026 die ertoe strekt personen schadeloos te stellen die strafrechtelijk zijn veroordeeld voor een zwangerschapsafbreking (ZWA) gedaan voor de inwerkingtreding van de wet van 1990 die afbreking onder welbepaalde voorwaarden niet langer strafbaar stelde.
Verschillende socialistische parlementsleden legden een resolutie in de zin neer die een stap wil zetten naar de erkenning van zogenaamde "historische schade". De vergoeding van die schade vereist sowieso een zorgvuldig onderzoek naar de grondslagen, de uitgangspunten en de implicaties van een dergelijke erkenning, die niet alleen inwerkt op het verleden, maar uiteraard ook op het huidige debat.
De toelichting bij deze wettelijk niet-bindende ontwerpresolutie is gebaseerd op het idee dat abortus een "grondrecht“ zou zijn, dat in wezen onder de volksgezondheid valt. Hoewel de visie achter deze benadering maatschappelijk wel leeft, stelt ze een heel complexe realiteit wel zeer eenvoudig voor en is ze op vandaag niet als grondrecht erkend noch in het Belgische, noch in het Europese recht. Abortus is geen medische handeling zoals een ander: een menselijk leven in wording wordt immers beëindigd. Om die reden heeft ze onvermijdelijk ethische, antropologische en sociale dimensies die niet door een louter individuele beslissing terzijde kunnen worden geschoven.
Een eenzijdige voorstelling van veroordelingen uit het verleden
De ontwerpresolutie aanziet de veroordelingen uit het verleden als inbreuken op "de bescherming van de gezondheid van vrouwen, de seksuele en reproductieve autonomie, de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, de vrouwenrechten en het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer" (nr. 1.1.). Deze interpretatie is heel kort door de bocht. Ze miskent de doelstelling die de wetgever destijds op het oog had, meer bepaald: de bescherming van het ongeboren leven. De juridische normen van toen waren zeker niet gebaseerd op een logica van onderdrukking, maar op een zoeken naar evenwicht tussen strijdige belangen.
Bovendien maakt de ontwerptekst onvoldoende onderscheid tussen de zeer uiteenlopende situaties van alle betrokkenen: voor vrouwen die hun zwangerschap afbraken, lijkt bestraffing vandaag de dag inderdaad nog moeilijk te rechtvaardigen; daarnaast zijn er anderen die hun medewerking verleenden, met wisselende verantwoordelijkheden en motieven. Men kan niet uitsluiten dat toen sommige afbrekingen plaatsvonden in een sfeer van uitbuiting en van economische voordeel halen uit de kwetsbaarheid van vrouwen.
De ontwerpresolutie stelt de complexiteit van het onderwerp al te simpel voor, wat leidt tot een vorm van morele asymmetrie: de initiatiefnemers zien alleen schade die vrouwen en zorgverleners door een veroordeling leden, maar laten de werkelijkheid van het beëindigen van ongeboren buiten beschouwing. Deze voorstelling van zaken maakt het debat ééndimensionaal (1D), terwijl de realiteit van een ZWA ten minste twee menselijke dimensies inhoudt.
Bovendien roept deze benadering een cruciale vraag op: als we het verleden uitsluitend beoordelen aan de hand van de huidige waarden, herschrijven we dan niet de geschiedenis? Nemen we dan niet impliciet aan dat oude wetten op zich onrechtvaardig waren? Lange tijd hechtten zovele samenlevingen waarde aan het embryonale en foetale leven en dit debat is op vandaag nog steeds niet beslecht. De benadering van het vraagstuk omtrent mogelijke schadevergoeding zoals voorgesteld dreigt een eenzijdige interpretatie te verankeren ten koste van het ethische pluralisme dat daarbij onmisbaar is.
De tekst zal ook doorwerken op de hedendaagse debatten
Bovendien ziet het er naar uit dat de terugblik naar het verleden ook de hedendaagse debatten over het wettelijk kader van ZWA zal beïnvloeden. Door elke belemmering ervan voor te stellen als schadelijk op zich, beschouwt men ZWA zonder meer als een recht en belemmering ervan als per definitie onrechtvaardig. In dit opzicht is de keuze voor de term "schade" niet neutraal. Zo heeft de Franse wetgever over hetzelfde onderwerp op 29 december 2025 een wet aangenomen, die de term "leed" gebruikt en niet "schade" wat logischerwijze kan leiden tot financiële schadeloosstelling.
De realiteit die veel vrouwen op vandaag ervaren is niet eenduidig. ZWA gaat vaak gepaard met – sociale, economische of relationele – druk, die vaak diffuus is en blijvende sporen kan nalaten. De herleiding van ZWA tot de uitoefening van een recht, houdt het risico in dat de realiteit ervan wordt verduisterd. Preventie en begeleiding zullen daardoor worden afgeremd.
Voor een meer holistische en preventieve aanpak
Het erkennen van het leed uit het verleden vereist voorzichtigheid en onderscheidingsvermogen. Afweging van de verschillende realiteiten die een rol spelen is een eerste vereiste. Eerder dan belangen tegenover elkaar te plaatsen, is een meer holistische benadering aangewezen: bij moeilijke zwangerschappen hebben vrouwen nood aan ondersteuning, aan haalbare alternatieven en aan aandacht en bescherming van elk menselijk leven.
Uiteindelijk is de echte vraag misschien niet of we het verleden moeten beoordelen via een amnestieprocedure, maar hoe we vouwen op vandaag een betere begeleiding kunnen aanbieden. In een samenleving die zowel aandacht heeft voor vrouwen als voor het ontluikende leven, volstaan symbolische oordelen niet: we moeten noodsituaties proberen te voorkomen met menselijke antwoorden, solidariteit en verantwoordelijkheid.
De Commissie Justitie van het federale parlement zal deze tekst in de komende weken behandelen en daartoe hoorzittingen houden.