MBV - België: Een einde aan de anonimiteit van donoren... om beter rekening te houden met het belang van het kind?
Op 27 februari 2026 heeft de ministerraad van de Belgische federale regering een voorontwerp van wet goedgekeurd dat tot doel heeft de anonimiteit van gametendonoren (sperma en eicellen) in het kader van kunstmatige voortplanting volledig af te schaffen. Voortaan zullen kinderen die via een donatie zijn verwekt, vanaf hun zestien jaar toegang krijgen tot de identiteit van hun donor. Volgens Annelies Verlinden, minister van Justitie en initiatiefneemster van dit voorstel, “heeft elk kind recht op een identiteit. Dat houdt ook het recht in om zijn of haar biologische afkomst te kennen”.
De hervorming voorziet dus dat kinderen die via een donatie zijn geboren, vanaf de leeftijd van 12 jaar kennis kunnen nemen van niet-identificeerbare gegevens (zoals haarkleur, oogkleur, lengte) van hun donor via een instituut dat belast is met het verzamelen van informatie over donoren en dat hiervoor zal worden opgericht. Wat betreft de identificerende gegevens (zoals de naam, de geboortedatum en de nationaliteit), kunnen deze vanaf 16 jaar worden opgevraagd. De hervorming voorziet er ook in dat kinderen de mogelijkheid krijgen om te weten of er andere kinderen zijn verwekt dankzij hun donor. Zij kunnen vanaf 16 jaar in contact treden met deze eventuele halfbroers of halfzussen, indien iedereen dat wenst. Deze opheffing van de anonimiteit berust echter op de beslissing van de wensouders om hun kind te informeren over de manier waarop het is verwekt. Er is specifieke informatie voorzien om hen op de hoogte te brengen van deze eis, waardoor kinderen daadwerkelijk toegang krijgen tot de identiteit van hun donor indien zij dat wensen.
Donoren die vóór deze hervorming een donatie hebben gedaan, krijgen de mogelijkheid om hun identiteit bekend te maken aan de kinderen die uit hun donatie zijn voortgekomen, of om anoniem te blijven, zoals het geval was tot de goedkeuring van deze hervorming. Er is een overgangsperiode van zes maanden voorzien waarin vruchtbaarheidscentra de anoniem gedoneerde gameten mogen gebruiken. Daarna zal het niet meer mogelijk zijn om een beroep te doen op deze voorraad gameten, behalve om gezinnen die al een traject van kunstmatige voortplanting met de gameten van een anonieme donor zijn begonnen, in staat te stellen hun gezin uit te breiden.
Er is ook een belangrijke hervorming van de werking van de vruchtbaarheidscentra gepland om effectieve toegang tot de afkomst te garanderen voor kinderen die voortkomen uit een gametendonatie, maar ook om andere schandalen rond gezondheid te voorkomen die verband houden met een slechte tracering van donoren, met name afkomstig uit buitenlandse banken. De vruchtbaarheidscentra zullen de gegevens van de donoren (en de niet-identificeerbare gegevens waarover zij beschikken over donoren uit het verleden) in het nieuwe centrale register moeten opnemen. Dit centrale register zal een betere opvolging mogelijk maken van de donoren, van eventuele incidenten in verband met hun donatie en van het aantal kinderen dat daaruit voortkomt. De initiatiefnemers van deze hervorming hopen zo de regel te doen naleven die in België voorschrijft dat het aantal gezinnen dat gebruik kan maken van de gameten van eenzelfde donor, beperkt moet blijven tot zes. Op een moment dat de meeste gameten uit andere landen komen bij gebrek aan voldoende donoren in België, en aangezien er geen uniforme limiet is opgelegd door de Europese Unie voor het aantal gezinnen per donor, zal de naleving van deze regel een echte coördinatie tussen de landen vereisen.
Zoals minister Franck Vandenbroucke, die ook aan de basis ligt van dit wetsontwerp, erkent: “Als je je afkomst kent, begrijp je beter wie je bent. Dat kan belangrijk zijn voor je mentale welzijn en om sterk in het leven te staan. Voortaan primeert het belang van het kind”. Door kinderen de mogelijkheid te bieden een band op te bouwen met de persoon die hun bestaan mogelijk heeft gemaakt via een gametendonatie, benadrukken de auteurs van deze hervorming het belang van de biologische band die tot nu toe onder de mat werd geveegd. De vraag rijst echter hoe het kind deze “meervoudige afstamming” zal ervaren, tussen de wensouders die verantwoordelijk zijn voor de opvoeding en de donor(en) die aan de basis liggen van zijn of haar bestaan.
In een context waarin het gebruik van kunstmatige voortplanting steeds toeneemt, is de kwestie van het belang van kinderen die zijn verwekt met gameten van een donor inderdaad van groot belang. Maar gaat het, afgezien van de kennis van de identiteit van de donor, niet ook om de vraag hoe men kan leven en zich kan ontwikkelen met een afstamming die door de wijze van voortplanting is verstoord?
Voor meer informatie: Dossier van het IEB, Het recht om zijn afkomst te kennen, door Géraldine Mathieu
Bron: Akkoord in de ministerraad: Opheffing van de anonimiteit van donoren: het belang van het kind primeert (27 februari 2026)