Het Belgische parlement overweegt de euthanasiewet te herzien en de niet-naleving van de voorwaarden niet langer strafrechtelijk te sanctioneren

Auteur / Bron : Gepubliceerd op : Thema : Einde van het leven / Euthanasie en geassisteerde zelfmoord Nieuws Temps de lecture : 5 min.

 Afdrukken

Het Belgische federale parlement buigt zich momenteel over een herziening van de bestraffing van inbreuken op de euthanasiewet, waarbij de sanctionering van de oorspronkelijke wet helemaal op de helling komt te staan.

Denken we aan het vrijwillig karakter van het euthanasieverzoek, de afwezigheid van druk van buitenaf, aan de informatie van de patiënt over palliatieve zorgen, aan de naleving van de wachttermijn bij niet-terminale patiënten, aan de dialoog met het zorgteam,...

Zijn al die voorwaarden die waren ingebouwd in de oorspronkelijke wet dan overbodig geworden?

Het tekstvoorstel dat op 14 februari jongstleden in de Justitiecommissie al een eerste lezing is goedgekeurd voorziet in een aanzienlijke strafvermindering voor overtredingen van de wet, en zelfs straffeloosheid bij de niet-naleving van bepaalde voorwaarden.

Terugblik op de zaak Tine Nys

De herziening komt er na het arrest van het Grondwettelijk Hof van 20 oktober 2022 dat dat de sanctieregeling van de euthanasiewet ongrondwettelijk verklaart omdat in die wet een strafschaal ontbreekt die bij de uitvoering van een euthanasie artsen bestraft met inachtneming van de belangrijkheid van de geschonden wetsbepaling.

Die uitspraak is zelf een gevolg van de zaak Tine Nys, een jonge vrouw die op 38-jarige leeftijd euthanasie kreeg vanwege een mentale stoornis. De arts die de euthanasie uitvoerde, werd in januari 2020 vervolgd voor het Gentse Hof van Assisen, kreeg het voordeel van de twijfel en werd vrijgesproken, in hoofdzaak omdat, alhoewel euthanasie uit de strafwet is gehaald, de arts die een euthanasie uitvoert en daarbij één van de wettelijke voorwaarden niet naleeft, enkel en alleen vervolgd kan worden voor moord door vergiftiging. Toen de familie van Tine Nys vervolgens een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering indiende bij de correctionele rechtbank van Dendermonde, stelde deze het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag over de verenigbaarheid met het non-discriminatiebeginsel van die volstrekt gelijke bestraffing van eender welke inbreuk op de euthanasiewet.

Het ontwerp voorziet een gelaagde bestraffing op drie vlakken

In het wetsvoorstel dat nu voorligt stellen de parlementsleden van de meerderheidspartijen (nadat daarover binnen de federale regering overeenstemming was bereikt) een reeks wijzigingen aan de euthanasiewet voor die de wijze van bestraffing van inbreuken op de wet fundamenteel hervormen.

De wijzigingen zitten vervat in een (veel ruimer) wetsvoorstel over een gerechtelijke hervorming. Dit voorstel voorziet in een bestraffing van inbreuken op de euthanasiewet op drieërlei wijze:

 

1° de schending van de basisvoorwaarden

Bij schending van de 'basisvoorwaarden' van de wet, kan de arts een gevangenisstraf oplopen van tien tot vijftien jaar.

Deze voorwaarden hebben betrekking op de gezondheidstoestand van de patiënt, namelijk:

- zijn of haar handelingsbekwaamheid en bewustzijn op het ogenblik van het verzoek

- de medisch uitzichtloze toestand waarin de verzoeker zich bevindt gekenmerkt door een aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden als gevolg van een ernstige en ongeneeslijke aandoening.

Daarnaast viseert het wetsvoorstel ook de bijkomende voorwaarden voor euthanasie bij minderjarigen, waarvoor nu vereist zijn: een voldoende oordeelsbekwaamheid en een aanhoudend, ondraaglijk en ongeneeslijk lichamelijk lijden dat op korte termijn tot de dood zal leiden. Het voorstel zou ook sleutelen aan de voorwaarde voor de euthanasie op voorafgaande verklaring die nu als voorwaarde een "onomkeerbare situatie volgens de huidige stand van de wetenschap" stelt.

En tenslotte zal de wetsbepaling die de arts verplicht erop toe te zien dat "een vrijwillig, zorgvuldig en herhaaldelijk verzoek is geuit dat vrij is van druk van buitenaf" in het nieuwe voorstel niet langer strafrechtelijk worden gesanctioneerd, terwijl het Grondwettelijk Hof in zijn hier boven aangehaald arrest (van 2022) deze voorwaarde nochtans opnam onder de basisvoorwaarden.

 

2° de schending van de procedurele voorwaarden

Bij een schending van de 'procedurele' voorwaarden, kan de arts die de euthanasie uitvoert, worden bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en een boete van 26 euro tot 1000 euro of één van deze straffen.

De procedurele voorwaarden zijn :

  • de verplichte raadpleging van een tweede arts, die onafhankelijk is van zowel de patiënt als van de eerste arts én onderlegd is in het beoordelen van de ernst en de ongeneeslijke aard van de aandoening. Bovendien moet bij niet-terminale patiënten zelfs een derde arts worden geraadpleegd
  • bij euthanasie op grond van een voorafgaande verklaring dient een onafhankelijke arts zich uit te spreken over de onomkeerbare aard van de gezondheidstoestand van de patiënt. Desgevallend wordende resultaten van deze raadpleging medegedeeld aan de vertrouwenspersoon die de patiënt in zijn verklaring opgaf
  • in het geval van euthanasie uitgevoerd op een minderjarige dient een kinder- en jeugdpsychiater of -psycholoog te worden geraadpleegd, die kennisneemt van het medisch dossier en zich vergewist van de oordeelsbekwaamheid van de minderjarige. De behandelende arts brengt de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige op de hoogte van de resultaten van deze raadpleging.

 

3° de schending van de formele voorwaarden

Als een of meer van de andere, 'formele' voorwaarden genoemd van de wet worden geschonden, zouden geen strafsancties meer voorzien zijn.

Bovendien zouden vele geldigheidsvoorwaarden van de euthanasiewet die de arts niet na zou leven, niet langer gekoppeld zijn aan een strafrechtelijke sanctie. Nochtans zijn deze voorwaarden, die de indieners van het voorstel als 'formeel' beschouwen, niettemin van doorslaggevend belang bij de uiteindelijke beslissing van de patiënt die de euthanasie verzoekt.

Deze  voorwaarden die voortaan strafrechtelijk niet langer vervolgbaar zouden zijn, zijn talrijk. Zo betreffen voorwaarden die de arts die een euthanasie zal uitvoeren moet naleven. Zo moet die arts (de tekst tussen aanhalingstekens zijn letterlijke aanhalingen van de wet):

  • zich ervan verzekeren dat "het (euthanasie)verzoek vrijwillig, overwogen en herhaald is en niet tot stand gekomen is door enige externe druk";
  • de arts zal "de patiënt inlichten over diens gezondheidstoestand en levensverwachting, met de patiënt overleggen over diens verzoek tot euthanasie en met hem of haar  de eventueel nog resterende therapeutische mogelijkheden bespreken, met inbegrip van de palliatieve zorg en de gevolgen daarvan";
  • samen met de patiënt zal de arts overtuigd zijn "dat er voor de situatie waarin hij of zij zich bevindt geen andere redelijke oplossing is en dat het verzoek van de patiënt volledig vrijwillig is gedaan"
  • de arts zal zich ervan verzekeren dat "het fysiek of psychisch lijden van de patiënt aanhoudend is en het verzoek volgehouden is". De arts zal daartoe 'met de patiënt meerdere gesprekken voeren die, rekening houdende met de ontwikkeling van zijn of haar gezondheidstoestand, over een redelijke periode worden gespreid'
  • bij het bestaan van een zorgteam "dat regelmatig contact houdt met de patiënt" zal de arts " het verzoek van de patiënt bespreken met het team of de leden van dat team"
  • en wanneer de patiënt dit wenst "diens verzoek bespreken met de naasten die hij of zij heeft aangewezen"
  • de arts zal erop toezien dat "de patiënt de gelegenheid heeft gehad om over zijn/haar verzoek te spreken met de personen die hij/zij wenste te ontmoeten"
  • ingeval de patiënt kennelijk niet binnen afzienbare tijd zal overlijden: "minstens één maand laten verlopen tussen het schriftelijke verzoek van de patiënt en de toepassing van de euthanasie"
  • in het geval van een euthanasie op basis van een voorafgaande verklaring die een vertrouwenspersoon aanwijst: "het verzoek van de patiënt met die persoon bespreken, alsmede de inhoud van de voorafgaande verklaring"
  • in het medisch dossier van de patiënt opnemen: "diens wilsverklaring, alle handelingen die de behandelende arts heeft ondernomen en het resultaat daarvan"
  • het volledig ingevulde registratiedocument "binnen vier werkdagen [...] bezorgen  aan de Federale Controle en Evaluatiecommissie".

Als rechtvaardiging voor het niet langer bestraffen van heel wat wettelijke voorwaarden, verwijzen de indieners van het voorstel naar het relatieve belang ervan en het feit dat civielrechtelijke of disciplinaire sancties kunnen volstaan.

Toch kan men er niet omheen dat de niet-naleving van één of meerdere wettelijk gestelde voorwaarden (zoals de informatie over palliatieve zorg, de naleving van de wachttermijn, het overleg met het zorgteam, enz.) een directe invloed heeft op de naleving van de andere grondvoorwaarden van de wet, met name het vrije, herhaalde en weloverwogen verzoek tot levensbeëindiging van de patiënt aan de arts.

De tekst stelt ook de andere artsen die op verzoek van de behandelende arts over het euthanasieverzoek advies verleenden niet langer strafbaar: deze zullen niet (langer) worden beschouwd als dader van of deelnemer aan één van de strafbare feiten.

Het voorstel wordt binnenkort aan de plenaire vergadering van de Kamer voorgelegd.

 

NB. Wij noteren dat het wetsvoorstel nog andere bepalingen omvat zoals de opheffing van de anonimiteit van het (eerste deel van het) registratiedocument dat wordt ingevuld door de arts die de euthanasie uitvoert. Deze wijziging wil tegemoetkomen aan het arrest Mortier t. België van het Europees Hof van Justitie van 22 oktober 2022, dat wees op een mogelijks belangenconflict binnen de Controle- en Evaluatiecommissie, meer bepaald het feit dat artsen alsnog deel kunnen nemen bij de beoordeling door de Commissie van de euthanasie die ze zelf uitvoerden. Artsen met een dergelijk belangenconflict zouden in de voorgestelde tekst worden uitgesloten van de beraadslagingen.